Vanaf 12 jaar
Vanaf 12 jaar

Onderzoeken

Bloedprikken

Soms is er wat bloed nodig omdat de arts dit wil laten onderzoeken. Je krijgt dan een prik in je arm of een vingerprik. Het bloed wordt opgestuurd naar het laboratorium.

Je moet je melden bij het Diagnostisch Centrum/Centrale Bloedafname. Je krijgt een nummer en in de wachtkamer kun je op een scherm zien wanneer je aan de beurt bent en in welke kamer je moet zijn.

Bloedprikken:

Je krijgt een elastische band (stuwband) om je arm die strak aanvoelt. Het is heel belangrijk dat je je arm stil houdt.

Soms wordt er even met de vingertoppen op de huid geklopt zodat je de aders beter kunt zien.

Met een nat en koud watje wordt de plek waar je de prik krijgt ontsmet met een desinfecterend middel.
De prik kan even pijn doen. Soms moet je meer dan 1 keer geprikt worden omdat het niet meteen lukt. Het bloed wordt opgevangen in een doorzichtig buisje. Soms moeten er meerdere buisjes gevuld worden met het bloed. De elastische band wordt losgemaakt het strakke gevoel verdwijnt. Als de buisjes vol zijn, wordt de naald uit je hand of arm gehaald. Dit voel je nauwelijks. Je krijgt een pleister.

Vingerprik:

Krijg je een prik in je vinger, dan wordt deze eerst ontsmet. Met een soort automatische kleine prikpen krijg je de prik. Dit kan even pijn doen. Het bloed wordt opgevangen in kleine buisjes of staafjes. Om genoeg bloed uit je vinger te krijgen moet er in je vinger geknepen of geduwd worden. Dit doet geen pijn maar kan vervelend voelen.

Tips die kunnen helpen bij de prik:

• Houd je arm zo slap en stil mogelijk, dan doet de prik minder pijn.

• Neem  een boek, telefoon of tablet mee (om een filmpje te kijken tijdens de prik) als je dat fijn vindt.

• Houd tijdens de prik iemands hand vast (bijvoorbeeld van je vader of moeder). Als het pijn doet, kun je daar in knijpen.

• Spreek af dat je eerst tot drie wil tellen. Als de prik komt blaas je uit.