Van 7 tot 11 jaar
Van 7 tot 11 jaar

Onderzoeken

Bloedprikken

Bloedprikken in je arm:

Soms is er wat bloed van jou nodig zodat de dokter weet hoe het met je is. Je krijgt dan een prik in je arm. Het bloed wordt opgevangen in een doorzichtig buisje. Dit sturen ze op naar het laboratorium, een kamer waar ze het bloed onderzoeken.

Je moet je melden bij het Diagnostisch Centrum/Centrale Bloedafname waar je wordt opgehaald om naar de kinderprikkamer te gaan.

Je kunt als je wilt bij je vader of moeder op schoot zitten. Je krijgt een elastische band om je arm die strak aanvoelt. Het is heel belangrijk dat je je arm stil houdt. Daar helpt iemand je bij.
Er is namelijk iemand die de prik geeft en iemand die helpt om je arm stil te houden.

Soms wordt er even met de vingertoppen op de huid geklopt zodat je de aders beter kunt zien.

Met een nat en koud watje wordt de plek schoongemaakt waar je de prik krijgt. Als er een goed plekje gevonden is wordt er geprikt. De prik kan even pijn doen. Soms moet je meer dan 1 keer geprikt worden omdat het niet meteen lukt. Het bloed wordt opgevangen in een doorzichtig buisje. Soms moeten er meerdere buisjes gevuld worden met het bloed. Als de buisjes vol zijn, wordt de naald uit je hand of arm gehaald. Dit voel je nauwelijks. Ook wordt de elastische band losgemaakt en verdwijnt het strakke gevoel. Je krijgt een pleister en mag een cadeautje uitzoeken als je dat wilt. Ook kun je een prikdiploma krijgen.

Vingerprik:

Krijg je een prik in je vinger, dan wordt deze eerst schoongemaakt met een nat en koud watje. Met een soort kleine pen krijg je de prik. Dit kan even pijn doen. Het bloed wordt opgevangen in kleine buisjes of staafjes. Om genoeg bloed uit je vinger te krijgen moet er in je vinger geknepen of geduwd worden. Dit doet geen pijn maar kan vervelend voelen. Als de prik klaar is krijg je een pleister en mag je een cadeautje uitzoeken als je dat wilt. Ook kun je een prikdiploma krijgen.

Tips die kunnen helpen bij de prik:

• Houd je arm zo slap (als een pudding) en stil mogelijk, dan doet de prik minder pijn.

• Oefen dit als het kan thuis, voordat je naar het ziekenhuis komt.

• Neem  je knuffel, boek of tablet mee (om een filmpje te kijken tijdens de prik) als je dat fijn vindt.

• Houd tijdens de prik iemands hand vast (bijvoorbeeld van je vader of moeder). Als het pijn doet, kun je daar in knijpen.

• Spreek af dat je eerst tot drie wil tellen. Als de prik komt blaas je uit.